Vanaf begin 2017 zijn de Europese Commissie en lidstaten met elkaar in gesprek geweest over het verbeteren van de uitvoering van de Europese regels over klinische proeven waarbij genetische modificatie wordt gebruikt (gentherapie).

Nederland heeft dit initiatief van de Europese Commissie aangegrepen om een grondige herziening van die uitvoering te bepleiten, zodat ook bij klinische proeven wordt gekomen tot een enkele, gecombineerde beoordeling van de klinische proef op Europees niveau.  

Voor deze gecombineerde beoordeling van klinische proeven zijn wel enkele wijzigingen in de ggoGenetisch Gemodificeerd Organisme -richtlijnen noodzakelijke; de Europese Commissie heeft echter aangegeven dat het wijzigen van de ggo-richtlijnen niet bespreekbaar is. 

Daardoor kon alleen getracht worden om de extra werklast van de aparte ggo-beoordeling te minimaliseren door niet bindende afspraken te maken over interpretaties van begrippen, procesafspraken over afhandeling van vergunningaanvragen, en dergelijke. 

In de discussie over dergelijke afspraken heeft Nederland inhoudelijke inbreng geleverd, maar er ook op gewezen dat hiermee de formele juridische regels niet opzij kunnen worden gezet. Het eindresultaat van de discussie was een aantal documenten waar een groot deel van de lidstaten zich in kon vinden. Maar onder meer Nederland heeft moeten vaststellen dat de inhoud van de documenten niet in lijn is met de nationale regels voor werken met ggo’s (Besluit ggo en Regeling ggo), waardoor het voor Nederland niet mogelijk was om de opgeleverde documenten te onderschrijven.